05 - Stijlen
In sessie 4 heb je een leverbon gebouwd met groepering en subtotalen. Je hebt daarbij de opmaak per tekstvak handmatig ingesteld: lettertype, grootte, kleur, uitlijning. Maar wat als je rapport tientallen tekstvakken heeft die er hetzelfde uit moeten zien?
Daarvoor gebruik je stijlen. Vergelijk een stijl met een kledingvoorschrift: in plaats van elke medewerker individueel te vertellen wat ze moeten dragen, definieer je één dresscode die iedereen volgt. Wijzig je de dresscode, dan verandert iedereen mee.
Wat is een stijl?
Een stijl is een verzameling opmaakeigenschappen die je een naam geeft en aan meerdere componenten kunt toekennen:
- Lettertype, grootte en kleur
- Achtergrondkleur
- Randen
- Uitlijning
- Getalopmaak
Wijzig je de stijl, dan veranderen alle componenten die die stijl gebruiken automatisch mee.
Een stijl aanmaken
- Ga naar het tabblad Home in het lint
- Klik op Stijlen (of Styles)
- Klik op Nieuwe stijl toevoegen
- Geef de stijl een beschrijvende naam, bijvoorbeeld
KolomkopofRegeltekst - Stel de gewenste opmaakeigenschappen in
- Klik op OK
Een stijl toepassen
- Selecteer een component op het canvas
- Ga naar het Eigenschappen-paneel
- Zoek de eigenschap Style (onder de categorie Uitzicht)
- Kies de gewenste stijl uit de keuzelijst
Je kunt ook meerdere componenten tegelijk selecteren (Ctrl+klik) en in één keer dezelfde stijl toekennen.
Wanneer gebruik je stijlen?
| Situatie | Stijl? | Waarom |
|---|---|---|
| Alle kolomkoppen moeten er hetzelfde uitzien | Ja | Eén stijl, overal consistent |
| Een enkel tekstvak met een unieke opmaak | Nee | Geen hergebruik, directe opmaak volstaat |
| De klant vraagt om een ander lettertype | Ja | Wijzig de stijl, alle componenten veranderen mee |
| Alternerende rijkleuren in een databand | Nee | Hiervoor gebruik je conditionele opmaak (volgende slide) |
Samenvatting
- Een stijl is een herbruikbare verzameling opmaakeigenschappen met een naam
- Wijzig de stijl en alle componenten die hem gebruiken veranderen automatisch mee
- Maak stijlen aan via Home > Stijlen en ken ze toe via de eigenschap Style
- Gebruik stijlen voor opmaak die op meerdere plekken terugkomt