Ladingdragers bij productie
Ladingdragers worden gebruikt bij zowel de grondstoffen als de opbrengst van productieopdrachten. De werkwijze verschilt tussen grondstoffen en opbrengst.
Productie grondstoffen (ladingdragers verbruiken)
Bij productie grondstoffen verbruik je bestaande ladingdragers als grondstof. Er zijn twee registratiemodi: volledige registratie en deelregistratie.
Volledige registratie
Bij volledige registratie wordt de gehele inhoud van een ladingdrager in een keer geregistreerd.
- Open een productieopdracht en ga naar de grondstofregels.
- Zorg dat de modus op Volledig staat (knop in de werkbalk).
- Selecteer een ladingdrager — de volledige inhoud wordt direct geregistreerd op de grondstofregel.
- De ladingdrager wordt automatisch afgerond en als historisch gemarkeerd.
Deelregistratie
Bij deelregistratie activeer je een ladingdrager en verbruik je in meerdere stappen delen van de inhoud. Dit is de standaardmodus.
- Open een productieopdracht en ga naar de grondstofregels.
- Zorg dat de modus op Deelregistratie staat (knop in de werkbalk).
- Selecteer een ladingdrager. Deze wordt gereserveerd en op “In opbouw” gezet.
- Selecteer een grondstofregel, voer de gewenste hoeveelheid in en registreer. Alleen het ingevoerde deel wordt van de ladingdrager afgeschreven.
- Herhaal stap 4 totdat de gewenste hoeveelheid is verbruikt.
- Wanneer de ladingdrager leeg is, wordt deze automatisch afgerond. Is er nog inhoud over, dan blijft de ladingdrager actief voor verdere registraties.
Kenmerken
- Alleen bestaande, gevulde ladingdragers zijn activeerbaar
- De ladingdrager is verbruikbaar (afkomstig uit een inkooporder of productie opbrengst)
- De ladingdrager bevat hetzelfde artikel als de grondstofregel
- Na registratie wordt de ladingdrager als historisch gemarkeerd
- Er wordt geen SSCC-nummer gegenereerd bij grondstoffen
- Er is maar een ladingdrager tegelijk actief per productieopdracht/apparaat
Productie opbrengst (eindproducten opslaan)
Bij productie opbrengst worden ladingdragers automatisch aangemaakt tijdens het registreren van de opbrengst.
- Open een productieopdracht en ga naar de opbrengstregels.
- Registreer de opbrengst — er worden automatisch ladingdragers aangemaakt (een pallet en optioneel een doos), mits de voorraadlocatie palletgebruik vereist.
- Rond de ladingdrager handmatig af, of dit gebeurt automatisch op basis van de artikelvoorraad-instellingen.
Automatische aanmaak bij opbrengstregistratie:
- Er wordt een pallet (primaire ladingdrager) aangemaakt als die nog niet bestaat
- Er wordt een doos (secundaire ladingdrager) aangemaakt binnen de pallet
- De geproduceerde hoeveelheid wordt als registratie op de doos vastgelegd
- Als het artikel niet compatibel is met de actieve ladingdrager (ander artikel, andere partij, andere samenstelling), wordt de huidige ladingdrager afgerond en een nieuwe aangemaakt
Afronden bij opbrengst:
- De drager (emballage) wordt automatisch afgeleid uit de registraties
- Een voorraadlocatie en palletstatus zijn verplicht
- Als de voorraadlocatie palletlocaties vereist, is ook een palletlocatie verplicht
- Voor pallets wordt een SSCC-nummer gegenereerd (als het GS1-bedrijfsprefix is geconfigureerd)
- Er wordt een label geprint
Afhankelijk van de artikelvoorraad-instellingen worden ladingdragers automatisch afgerond na registratie.