13 - componenten
Componenten
Je weet nu hoe je een rapport opent en de interface vindt. Maar wat plaats je eigenlijk op dat canvas? Het antwoord: componenten.
Componenten zijn de bouwstenen van je rapport — vergelijk ze met de blokken in een bouwdoos. Elk blok heeft een specifieke functie: het ene toont tekst, het andere een afbeelding, weer een ander een lijn. Samen vormen ze het design dat straks gecombineerd wordt met data tot een resultaat.
Tekstvak (Text)
Het tekstvak is het meest gebruikte component. Je gebruikt het voor:
- Statische tekst, zoals een titel of een label
- Veldverwijzingen naar business object data, zoals
{Klant.Naam} - Een combinatie van beide, zoals
Factuurdatum: {Order.Datum}
Een tekstvak kan tekst opmaken met lettertype, grootte, kleur en uitlijning.
Afbeelding (Image)
Met het afbeeldingcomponent voeg je visuele elementen toe, zoals:
- Een bedrijfslogo in de koptekst
- Een productafbeelding op een label
- Een handtekening of stempel
Je kunt een afbeelding insluiten in het rapport of dynamisch laden vanuit een business object veld.
Lijn en vorm (Shape)
Lijnen en vormen gebruik je voor visuele scheiding en structuur:
- Een horizontale lijn onder de koptekst
- Een kader rond een adresblok
- Een rechthoek als achtergrond
Deze componenten bevatten geen data, maar helpen het rapport leesbaar en overzichtelijk te maken.
Tabel (Table)
Een tabel is een raster van rijen en kolommen. Je gebruikt het voor gestructureerde data die in een vast aantal kolommen past, zoals:
- Een specificatietabel met eigenschappen en waarden
- Een overzichtstabel met vaste rijen
Een tabel is geschikt als het aantal rijen vooraf bekend is. Voor een variabel aantal rijen gebruik je een databand — dat leer je in sessie 2.
Een component plaatsen op het canvas
Er zijn twee manieren om een component toe te voegen:
Via de toolbox:
- Klik op het gewenste component in de toolbox links
- Klik en sleep op het canvas om het component te tekenen
Via het lint:
- Ga naar het tabblad Invoegen in het lint
- Klik op het gewenste component
- Klik en sleep op het canvas
Selecteren, verplaatsen en vergroten
| Actie | Hoe |
|---|---|
| Selecteren | Klik op het component op het canvas |
| Verplaatsen | Sleep het geselecteerde component naar een andere positie |
| Vergroten/verkleinen | Sleep een van de greeppunten aan de randen of hoeken |
Na het selecteren van een component zie je de instellingen in het Eigenschappen-paneel links. Daar kun je exacte posities en afmetingen invoeren voor een preciezere plaatsing.
En databanden?
Naast deze basiscomponenten zijn er ook databanden. Je kent het concept al — de “stempel die voor elke rij op het papier wordt gezet”. Een databand is het component waarmee je dat realiseert: het herhaalt voor elke rij in een dataset.
Databanden worden uitgebreid behandeld in sessie 2.
Samenvatting
- Tekstvak — voor tekst en veldverwijzingen (het meest gebruikte component)
- Afbeelding — voor logo’s, productfoto’s en andere visuele elementen
- Lijn en vorm — voor visuele scheiding en structuur
- Tabel — voor gestructureerde data met een vast aantal rijen
- Componenten plaats je via de toolbox of het tabblad Invoegen
Meer in deze rubriek
- 01 - Data vs Informatie
- 02 - Oefening data vs Informatie
- 03 - Rapporten vs Labels
- 04 - Oefening Rapporten vs Labels
- 05 - Wat is de Report Designer?
- 06 - Oefening Wat is de Report Designer?
- 07 - design plus data is resultaat
- 08 - oefening design plus data
- 09 - de interface
- 10 - oefening de interface
- 11 - nieuw rapport aanmaken
- 12 - oefening nieuw rapport
- 13 - componenten
- 14 - oefening componenten
- 15 - pagina instellingen
- 16 - oefening rapport met logo