Reflex 3000 Diversen Menu: 6.8 Het afdrukken van barcodes op labels
In de labelopmaak van Reflex 3000 For Windows kunt u diversen barcodes definiëren. In Reflex 3000 For Windows kunnen 4 type barcodes worden gemaakt dit zijn:
- EAN 8.
- EAN 13.
- EAN 128 / Code 128.
- Interleave 2/5.
Deze barcodes kunnen verschillende informatie bevatten. Navolgend treft u per barcodetype een overzicht van de informatie welke gelezen kan worden door de Flex 3000 CT.
6.8.1 EAN8 barcode
EAN8-codes worden door EAN Nederland en EAN België toegekend indien de verpakking van het betreffende artikel te klein is voor een EAN13 code. Voor de exacte omschrijving verwijzen wij u naar de EAN handboeken van EAN Internationaal, EAN Nederland en EAN België.
EAN8 barcodes kunnen door Reflex 3000 For Windows worden afgedrukt. Het scannen van een EAN8 barcode wordt door Reflex 3000 For Windows niet ondersteund.
6.8.2 EAN13 artikel barcode
Bron: Handboek GS1 Nederland
De basiscode voor het uniek coderen van artikelen is de EAN13-code bestaande uit 13 posities. Internationaal gelden de volgende regels:
- De code is volledig numeriek.
- De posities worden genummerd van rechts (positie 1) naar links (positie 13).
- De basisstructuur bestaat uit vier segmenten of rubrieken (van links naar rechts: systeemcode – aansluitnummer - artikelnummer – controlecijfer).
- Afhankelijk van het aantal posities voor de systeemcode (2 of 3) zijn 10 of 9 posities beschikbaar in de EAN13-code voor het aansluitnummer en het artikelnummer. Dit geeft de navolgende structuur voor een EAN13-code.
| Systeem code | Aansluitnummer of artikelvolgnummer | Controlecijfer | |
|---|---|---|---|
| Positie | 2 of 3 | 9 of 10 | 1 |
In Nederland zal een EAN13-code er als volgt uit zien:
| Systeem code | Aansluitnummer of artikelvolgnummer | Controlecijfer | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Positie | 13 | 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1 |
| Code | 8 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 0 | 6 |
6.8.2.1 De systeemcode
Een systeemcode bestaat uit twee of drie posities en wordt altijd toegekend door GS1. In veel gevallen identificeert de systeemcode de landelijke GS1. GS1 Nederland heeft systeemcode 87 in België (en Luxemburg) is dit systeemcode 54.
Ook is het mogelijk dat voor de systeemcode een interne codering (in-store coding) wordt gebruikt. Interne codering wordt toegepast voor artikelen met een variabel gewicht welke worden voorverpakt door de fabrikant. Bij deze artikelen kan het gewicht en de prijs worden opgenomen in de code voor een juiste kassaafhandeling. Reflex 3000 For Windows ondersteunt de navolgende interne coderingen:
Systeemcode 21 en 22
Consumenteenheden met een variabele hoeveelheid, waarbij de verkoopprijs afhankelijk is van de hoeveelheid en die aan de toonbank in de winkel worden verpakt. De prijs in Euro’s wordt in de code opgenomen.
Systeemcode 23
Consumenteenheden met een variabele hoeveelheid, waarbij de verkoopprijs afhankelijk is van de hoeveelheid en die extern worden verpakt. De prijs in Euro’s wordt in de code opgenomen.
Systeemcode 28
Consumenteenheden met een variabele hoeveelheid, waarbij de verkoopprijs afhankelijk is van de hoeveelheid en die aan de toonbank in de winkel worden verpakt. Het gewicht wordt in de code opgenomen.
Raadpleeg voor een overzicht van de systeemcodes GS1.
6.8.2.2 Het aansluitnummer
Het aansluitnummer identificeert het bedrijf dat EAN-Codes aan zijn artikelen toekent. Aansluitnummers worden door de nationale GS1-organisaties toegekend. Systeemcode en aansluitnummer, samen bedrijfsnummer, genoemd, vormen een wereldwijd, uniek identificatienummer voor het deelnemende bedrijf.
6.8.2.3 Het artikelvolgnummer
Het artikelvolgnummer wordt decentraal toegekend. Het bedrijf geeft zijn artikelen zelf volgnummers. In combinatie met systeemcode en aansluitnummer zijn elke artikelcode en bijbehorende barcode over de gehele wereld uniek voor dat artikel.
6.8.2.4 Het controlecijfer
Het controlecijfer dient voor een geautomatiseerde controle bij het scannen en het handmatig invoeren van EAN codes. Ook de berekeningswijze is internationaal vastgelegd. Het controlecijfer voor een EAN13-artikelcode wordt als volgt berekend:
Indien u een EAN13-code opneemt op een label kunt u in Reflex 3000 For Windows maximaal 12 cijfers invoeren. Het laatste controlecijfer wordt door Reflex 3000 For Windows automatisch uitgerekend bij het afdrukken van de barcode.
| Systeem | Aansluitnummer en artikelvolgnummer | Controlecijfer | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Positie | 13 | 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1 | ||
| Code | 8 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1 | ? | ||
| Stap 1 | 7 | + | 2 | + | 4 | + | 5 | + | 3 | + | 1 | = | 22 | ||
| Stap 2 | Resultaat met 3 vermenigvuldigen | 22 x 3 = 66 | |||||||||||||
| Stap 3 | 8 | + | 1 | + | 3 | + | 5 | + | 4 | + | 2 | = | 23 | ||
| Stap 4 | Resultaat van stap 2 en 3 optellen | 66 + 23 = 89 | |||||||||||||
| Stap 5 | Eerstvolgende tiental nemen | 89 --> 90 | |||||||||||||
| Stap 6 | Tiental minus uitkomst van stap 4 | 90 - 89 = 1 | |||||||||||||
Raadpleeg de navolgende hoofdstukken voor de berekening van de door Reflex 3000 For Windows ondersteunde EAN13-codes met systeemcode.
6.8.3 Interne EAN13-artikelcode met systeemcode 23
De systeemcode 23 worden gebruikt voor externe voorverpakte gewichtsartikelen met een variabel gewicht waarbij de prijs in Euro’s is opgenomen in de barcode. Op positie 6 is een controlecijfer opgenomen dat wordt berekend over de prijs (positie 5 t/m 2).
Indien de prijs niet vooraf kan worden vastgesteld, omdat u werkt met prijsafspraken, dan dient u de systeemcode 28 te gebruiken.
| Systeem code | Artikelnummer | Cont. Cijf | Prijs met 2 dec. | Controlecijfer | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Positie | 13 | 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1 |
| Code | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 0 | 1 | 0 | 0 | 1 |
Voor de berekening van het controlegetal CV over het variabele deel van de code en het controlecijfer over de gehele code verwijzen wij u naar de handboeken van GS1.
6.8.4 Interne EAN13-artikelcode met systeemcode 28
Systeemcode 28 betreft een codestructuur waarin op positie 6 t/m 2 het nettogewicht in grammen is opgenomen. Het gewicht wordt gebruikt om bij de kassa de juiste verkoopprijs te berekenen. De positie 11 t/m 8 kunnen vrij worden ingevuld. Op positie 7 is een controlecijfer opgenomen dat wordt berekend over het gewicht (positie 6 t/m 2).
Voor de berekening van het controlegetal CV over het variabele deel van de code en het controlecijfer over de gehele code verwijzen wij u naar de handboeken van GS1.
| Systeem code | Artikelnummer | CV | Gewicht in grammen | Controlecijfer | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Positie | 13 | 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1 |
| Code | 2 | 8 | 5 | 6 | 7 | 8 | 8 | 0 | 0 | 1 | 1 | 2 | 2 |
6.8.5 DUN14 code
Als een EAN13-artikelcode wordt voorafgegaan door één van de cijfers 1 t/m 8, dan is er sprake van een verpakkingseenheid met een DUN14-code (DUN staat voor Distribution Unit Number). Het toegevoegde cijfer (TG) heeft invloed op het controlecijfer. De berekening van het controlecijfer gaat als volgt:
| TG | Systeem | Aansluitnummer en artikelvolgnummer | Controlecijfer | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Positie | 14 | 13 | 12 | 11 | 10 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1 | |||
| Code | 1 | 8 | 7 | 9 | 8 | 7 | 6 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | ? | |||
| Stap 1 | 1 | + | 7 | + | 8 | + | 6 | + | 1 | + | 3 | + | 5 | = | 31 | ||
| Stap 2 | Resultaat met 3 vermenigvuldigen | 31 x 3 = 93 | |||||||||||||||
| Stap 3 | 8 | + | 9 | + | 7 | + | 5 | + | 2 | + | 4 | = | 35 | ||||
| Stap 4 | Resultaat van stap 2 en 3 optellen | 93 + 35 = 128 | |||||||||||||||
| Stap 5 | Eerstvolgende tiental nemen | 128 --> 130 | |||||||||||||||
| Stap 6 | Tiental minus uitkomst van stap 4 | 130 - 128 = 2 | |||||||||||||||
6.8.6 EAN 128 / Code 128 barcode
Door de uitbreiding van het EAN-codesysteem met de AI-standaard is het mogelijk om naast artikelcodes meer informatie in een barcode op te nemen. De AI-standaard is ontwikkeld voor de EAN128 symbooltechniek. Deze symbooltechniek heeft een grotere gegevenscapaciteit dan een EAN13-symbool, is in staat alfanumeriek gegevens te coderen en is variabel in lengte. Een EAN128 barcode is een variant op de code 128, een barcodesysteem dat werd ontwikkeld in de jaren 80 en nog steeds wordt gebruikt. Een EAN128 symbool onderscheidt zich van een code 128 door een speciaal teken (FCN1) in de startreeks van de code.
Diverse gegevensblokken in één symbool.
In een symbool kunnen diverse gegevensblokken achter elkaar worden gebruikt. Bijvoorbeeld de EAN12-artikelcode, gevolgd door de houdbaarheidsdatum en een partijnummer.
6.8.6.1 Application Identifiers
| Gegevensblok | Gegevensblok | Gegevensblok | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| AI | Gegevensveld | AI | Gegevensveld | AI | Gegevensveld | |
| AI art. code | Artikelcode | AI THT | THT | AI Partij | Partijnummer | |
| Code | 01 | 8712345678906 | 15 | 021231 | 10 | 168456982 |
De navolgende Application Identifiers (AI) worden door Reflex 3000 For Windows ondersteund:
01 - EAN 13 artikelcode
De AI 01 wordt gebruikt voor een EAN-artikenummer (of DUN-14 code) van het artikel waar de code zich op bevindt. Indien u een EAN13 code opneemt dient u deze vooraf te laten gaan met een 0 voor een artikel met een vaste hoeveelheid (stuks of gewicht) en een 9 voor artikelen met een variabele hoeveelheid (stuks of gewicht). Indien u gebruik maakt van een DUN-14 code hoeft u geen voorloopcijfer te gebruiken.
10 - Partijnummer
DE AI 10 identificeert het aanvullende gegevensblok als een partijnummer (Lotnummer / batchnummer). Het partijnummer mag volgens EAN maximaal 20 cijfers alfanumeriek zijn. Reflex 3000 For Windows ondersteunt een partijnummer van maximaal 9 karakters numeriek.
30 - Aantal
De AI 30 dient voor het coderen van een variabele hoeveelheid in stuks van een artikel. Het betreft hier dus een omverpakking waarin telkens de inhoud in stuks kan verschillen. Deze AI wordt gebruikt in combinatie met een AI 01 en een Logistieke Variant Code 9 (deze dient na de 01 en voor de EAN artikelcode te worden geplaatst). Door het gebruikt van de LVC dient het controlecijfer opnieuw te worden berekend.
310x - Gewicht met xx decimalen
De AI 310 wordt gebruikt voor het aangeven van het nettogewicht in kilogrammen. De x geeft het aantal decimalen aan.
251 - Bron
De AI 251 wordt gebruikt om aanvullende gegevens over een product op te nemen. Deze AI mag uitsluitend worden gebruikt in combinatie met AI 01. In de vleesverwerkende industrie wordt deze AI gebruikt voor het weergegeven van oormerken.
422 - Land van geboorte (Rundvlees)
De AI 422 wordt gebruikt om het land van oorsprong van een product weer te geven. In de context van de veeteelt zal de AI betekenen: Land van geboorte. Bij deze AI wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde ISO-landencode (ISO 3166 numeriek). Dit gegevensblok bestaat altijd uit drie posities.
423 - Land van mesting (Rundvlees)
De AI 423 geeft aan in welk(e) land(en) de eerste bewerkingsfase van het product heeft (hebben) plaatsgevonden. In de context van de veeteelt zal de AI betekenen: Land(en) van mesten / opgroeien. Bij deze AI wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde ISO-landencode (ISO 3166 numeriek). Dit gegevensblok bestaat altijd uit drie posities.
424 - Land van slachterij (Rundvlees)
De AI 423 geeft aan in welk land de eindbewerking van het product heeft plaatsgevonden. In de context van de veeteelt zal de AI betekenen: Land(en) van slachting. Bij deze AI wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde ISO-landencode (ISO 3166 numeriek). Dit gegevensblok bestaat altijd uit drie posities.
425 - Land van uitsnijderij (Rundvlees)
De AI 423 geeft aan in welk land de demontage van het product heeft plaatsgevonden. In de context van de vleesverwerkende industrie zal de AI betekenen: Land(en) van uitsnijderij. Bij deze AI wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde ISO-landencode (ISO 3166 numeriek). Dit gegevensblok bestaat altijd uit drie posities.
426 - Land gehele bewerkingsproces (indien 422 t/m 426 allen gelijk)
De AI 426 mag alleen gebruikt worden indien het gehele bewerkingsproces van het product in één land heeft plaatsgevonden. Bij deze AI wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde ISO-landencode (ISO 3166 numeriek). Dit gegevensblok bestaat altijd uit drie posities.
7030 - EEG nr. Slachterij (Rundvlees)
De AI 7030 geeft een landencode met een erkenningnummer van de bewerker aan. In de vleesbranche wordt deze code gebruikt voor het weergeven van het erkenningnummer van de slachterij.
7031 - EEG nr. Uitsnijderij (Rundvlees)
De AI 7030 geeft een landencode met een erkenningnummer van de bewerker aan. In de vleesbranche wordt deze code gebruikt voor het weergeven van het erkenningnummer van de eerste bewerking na de slachterij (uitbeenderij / -snijderij).
6.8.6.2 Het FNC1 karakter
Indien u gebruik maakt van AI’s met een variabele lengte, bijvoorbeeld een AI 10, het partijnummer, dan dient u na het partijnummer deze af te sluiten met een FNC1 karakter. Dit doet u in Reflex 3000 For Windows labelopmaak door het handmatig invoegen van een <8 karakter. Na AI’s met een vaste lengte mag u geen FNC1 karakter gebruiken. Aan het einde van een EAN128 code hoeft u geen FNC1 karakter te gebruiken. Indien u dus 1 AI gebruikt met en variabele lengte verdient het de voorkeur om deze achter aan de code te plaatsen.
6.8.6.3 Randvoorwaarden
Voor gebruik van EAN128 barcodes met diverse gegevensblokken gelden de volgende regels:
- Elke AI mag slechts éénmaal voorkomen op het label. Een AI mag dus niet in een andere barcode op een zelfde label worden herhaald.
- Er mogen maximaal 48 datatekens in een EAN128 code worden weergegeven. Dit is inclusief AI’s en FNC1 scheidingstekens.
- De totale lengte van de EAN128 code mag niet groter worden dan 16,5 cm. Grotere barcodes zijn in de praktijk niet goed te scannen.
6.8.6.4 Het berekenen van een controlecijfer in een EAN128
Indien u het controlecijfer wilt laten berekenen door Reflex 3000 For Windows dient u gebruik te maken van het @-commando. U voegt in de EAN-code na het @-commando een cijfer in. Over het aantal dat u invoert, wordt het controlecijfer berekend.
Bijvoorbeeld:
**01987132570<A4>@13**
01 = EAN13 Artikelcode.
9 = Variabel gegeven.
8787132570 = Aansluitnummer.
<A4> = Variabel barcode artikelnummer 4 lang.
@13 = Berekening controlegetal over de voorgaande 13 cijfers.
6.8.7 Interleave 2/5 barcode
Een interleave 2/5 (spreek uit: two or five) is een interne barcode. Deze barcode kunt u dus alleen binnen uw bedrijf gebruiken en kan niet zondermeer door anderen worden gelezen. Iedere interleave 2/5 barcode maakt gebruik van een zogenaamde Identifiers. Met deze Identifiers wordt aan het programma kenbaar gemaakt welke informatie de barcode bevat. In Reflex 3000 wordt gebruik gemaakt van de volgende Identifiers:
- 66 - Artikelnummer / Gewicht.
- 88 - Ordernummer.
- 95 - Palletnummer.
- 99 - Ordernummer / Order regelnummer / Order sticker nummer.
6.8.7.1 Artikelnummer / gewicht
Het barcodeartikelnummer / gewicht dient te voldoen aan één van de onderstaande opmaken:
6.8.7.1.1 66AAAAAAGGGGGG
- AAAAAA = Artikelnummer maximaal 6 lang.
- GGGGGG = Aantal of gewicht maximaal 6 lang.
Voor AAAAAA kunt u gebruik maken van de variabelen:
- <A4> Barcode artikelnummer 4 lang, vooraf gaan met een 00.
- <BA5> Barcode artikelnummer 5 lang, vooraf gaan met een 0.
- <B-AN> Barcode artikelnummer 6 lang.
Voor GGGGGG kunt u gebruik maken van de variabelen:
- <BS/G> Barcode st./gewicht (3d) 6 lang.
- <S/G> Barcode st./gewicht (2d) 5 lang, vooraf gaan met een 0.
- <SG3> Barcode st./gewicht (3d) 5 lang.
6.8.7.1.2 68AAAAAAAAGGGGGG
- AAAAAA = Artikelnummer maximaal 8 lang.
- GGGGGG = Aantal of gewicht maximaal 6 lang.
Voor AAAAAAAA kunt u gebruik maken van de variabelen:
- <A4> Barcode artikelnummer 4 lang, vooraf gaan met een 0000.
- <BA5> Barcode artikelnummer 5 lang, vooraf gaan met een 000.
- <B-AN> Barcode artikelnummer 6 lang, vooraf gaan met een 00.
- <B-AN8-> Barcode artikelnummer 8 lang.
Voor GGGGGG kunt u gebruik maken van de variabelen:
- <BS/G> Barcode st./gewicht (3d) 6 lang.
- <S/G> Barcode st./gewicht (2d) 5 lang, vooraf gaan met een 0.
- <SG3> Barcode st./gewicht (3d) 5 lang.
6.8.7.2 88 Ordernummer
Alleen met Reflex Order
De barcode 88 kunt u alleen definiëren op de order inpaklijst. Deze barcode wordt gebruikt om via de Flex 3000 CT en aangekoppelde barcodescanner snel de juiste order op te roepen. U gebruikt daarvoor de variabele Barcode ordernummer 88OOOOOO. Dit geeft de onderstaand vermelde barcode:
{ITFD88<ORDN>} Barcode ordernummer 88OOOOOO.
6.8.7.3 95 Palletnummer
Alleen met Reflex Palletlocatie. Deze barcode wordt gebruikt om via de Flex 3000 CT en aangekoppelde barcodescanner snel de juiste pallet te vinden of weer uit te slaan.
De barcode 95 dient te voldoen aan de volgende opmaak:
95PPPPPPPPPP.
PPPPPPPP = Palletnummer maximaal 9 lang.
Om deze barcode af te drukken op een label dient u gebruik te maken van de navolgende variabele. De BB betekent dat de Identifiers 95 al is opgenomen in de variabele en dat deze dus niet gescheiden hoeft te worden toegevoegd.
<BBPL-PALN>.
Palletlocatie palletnummer t.b.v. barcode (begint automatisch met 95).
6.8.7.4 99 Ordernummer / Orderregelnummer / Orderstickernummer
Alleen met Reflex productiesticker
Deze barcode wordt gebruikt om via de Flex 3000 CT en aangekoppelde barcodescanner snel de juiste orderregel op te roepen. Indien de optie automatisch registreren aan staat, wordt direct na het scannen de registratie gemaakt. Barcode 99 kunt u definiëren op een productielabel. U gebruikt daarvoor de variabele Barcode ordernummer Order-, regelnummer, stickernr. Dit geeft de onderstaand vermelde barcode:
99{BARC-OR-ST} 99 Ordernummer / Order regelnummer / Order sticker nummer.
6.8.8 Het maken van een totaallabel via de Flex 3000 CT
Via de Uitgaande mode en de Uitgaande mode order op de Flex 3000 CT is het mogelijk om meerdere registraties op een label te printen. Dit wordt gebruikt indien er meerdere producten in één doos zitten. Er hoeft nu maar 1 sticker op de doos te worden geplakt. De volgende velden kunnen per artikelregel worden gebruikt:
- Naam.
- Aantal.
- Gewicht.
- Partijnummer.
Tevens kan het totaal aantal colli (in de doos) en het totaalgewicht (in de doos) op de label geprint worden. In de labelopmaak plaatst u de variabele:
Totaallabelomschrijving:
<tl-artikel-omschr-----> <tl-st> <tl-kg-> <tl-partij>.
U kunt deze variabele zo vaak plaatsen als u wilt. In bovenstaand voorbeeld worden er 3 registraties op één label geprint. Dit mogen er ook meer zijn. Zijn er meer registraties dan beschikbare regels op de label, wordt er een tweede sticker geprint. De label dient onder de LAB- 1 of LAB-2 toets gedefinieerd te worden. Door nogmaals op de LAB-1 toets te drukken kan een extra label worden opgevraagd.