Reflex 3000 Diversen Menu: 6.5 Labelopmaak Reflex 3000 & Flex 3000 CT
Met het programmaonderdeel Labelopmaak (Reflex 3000 & Flex 3000 CT) is het mogelijk om van tevoren labelindelingen te definiëren, labelopmaken genoemd, welke u kunt afdrukken vanuit Reflex 3000 via een PC en/of via een Flex 3000 CT registratieterminal. U bepaalt hier hoe groot of klein en waar wat op het label komt te staan.
Het is dus niet de bedoeling dat u voor ieder artikel een nieuwe labelopmaak maakt. Nee, u definieert dan variabelen zoals “<-ARTIKEL-NAAM----->” op het label, deze wordt dan bij het printen van het label vervangen door de betreffende artikelnaam. Het is mogelijk om 999 labelopmaken te definiëren.
Let op: De opmaak van een label mag niet meer dan 100 regels beslaan (te controleren in de tekstopmaak). Bij meer regels wordt het label niet afgedrukt.
Let op: een afbeelding beslaat meerdere regels.
6.5.1 Toevoegen van een labelnaam
Om een nieuwe labelnaam aan te maken, gaat u als volgt te werk:
- Ga naar het programmaonderdeel labelopmaak.
- Dubbelklik op een lege regel, of druk op Insert en geef een naam in voor de labelnaam gevolgd door Enter.
- Klik vervolgens op Labelopmaak of Tekstopmaak. Zie verder in dit hoofdstuk.
6.5.2 Verwijderen van labelopmaak
Om een labelopmaak te verwijderen of te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
- Selecteer de desbetreffende labelnaam. Door te drukken op Insert kunt u de labelnaam verwijderen met behulp van Delete of Backspace.
- Klik op labelopmaak en verwijder de inhoud van het label.
- Sluit het scherm af door te klikken op Terug. Het programma zal nu vragen of u de wijzigingen wilt opslaan.
- Om te verwijderen bevestigt u het vraagscherm met Ja. Indien u de labelnaam wilt laten staan bevestigt u met Nee.
Naam label
Standaard worden hier geen namen weergegeven.
Terug
Hiermee verlaat u de labelopmaak.
Labelopmaak
Met de labelopmaak kunt u grafisch de label opgaan maken. Let op wanneer u een label voor de eerste maal gaat opmaken dienen de labelinstellingen te worden ingevuld. Zie 6.5.3Het maken van een.
Tekstopmaak
Met de tekstopmaak kunt u het label opmaken met behulp van stuurcodes voor uw labelprinter. Deze optie dient u alleen te gebruiken indien u gebruik maakt van een labelprinter, die door Reflex 3000 ondersteund wordt.
Kopiëren
Door op kopiëren te klikken is het mogelijk om de opmaak van het geselecteerde label naar een ander labelnummer te kopiëren. Handig wanneer u een nieuw label wilt definiëren dat voor een groot gedeelte gelijk is aan een al bestaand label.
Lees opmaak
Door te klikken op Lees opmaak kunt u een labelopmaak van diskette inlezen. Om een label van diskette in te lezen gaat u als volgt te werk:
- Klik op lees opmaak. U kunt nu een map selecteren.
- U krijgt vervolgens een scherm met daarop een overzicht van de gevonden labels op de diskette.
- Selecteer het gewenste label door in de linkerkolom te klikken met de muis. Een geselecteerd label wordt gekenmerkt door een blauw selectiepuntje.
- Door te klikken op Voorbeeld kunt u het label eerst bekijken voordat u deze inleest.
- Klik op Ok om het label in te lezen.
- Vervolgens vraagt het programma op welke locatie het label ingelezen moet worden. Selecteer de locatie waar u het label wilt plaatsen. Let op, bestaande labelopmaken worden overschreven.
Schrijf opmaak
Door te klikken op Schrijf Opmaak kunt u het geselecteerde label opslaan op diskette.
6.5.3 Het maken van een labelopmaak
Om een label op te maken selecteert u een labelnaam en klikt vervolgens op Labelopmaak. Voor een nieuw label dienen eerst de labelinstellingen te worden gemaakt. Let op dat deze correct worden ingevoerd anders zal het label niet (correct) worden afgedrukt.
Printertype
Stel hier het gewenste printertype in.
Labelbreedte
Voer hier de gewenste labelbreedte in.
Labelhoogte
Voer hier de gewenste labelhoogte in.
Label X offset
Hiermee kunt u aangeven waar de printer moet starten in de breedte.
Label Y offset
Hiermee kunt u aangeven waar de printer moet starten in de hoogte.
Raster aan
Hiermee schakelt u het raster in of uit tijdens het definiëren van een label.
Rastergrootte
Hiermee bepaalt u de rastergrootte tijdens het definiëren van een label.
Automatisch uitlijnen
Hiermee bepaalt u of u wel of niet de geselecteerde velden op het label automatisch wilt uitlijnen.
Cutter interval
Met deze optie bepaald u na hoeveel labels deze afgesneden dienen te worden dit is alleen mogelijk wanneer de printer is uitgevoerd met een “cutter” type TEC B372, of 472.
Sensortype
Gebruik bij normale labels op rol de Transmissive sensor.
PrintMode
- Stripmode: De labels worden één voor één geprint, pas nadat u het label wegneemt zal het volgende label geprint worden.
- Batchmode: De labels worden achter elkaar geprint en het basis papier wordt niet opgerold.
Printsnelheid
Hiermee bepaalt u de snelheid waarmee de labels geprint gaan worden. De waardes zijn afhankelijk van het type printer. Let op: hoe hoger de snelheid hoe minder de printkwaliteit.
Printrichting
Met deze optie bepaalt u of u eerst de onderkant dan wel eerst de bovenkant van de gegevens op het label wenst te printen.
Ribbonfunctie
Hiermee bepaalt u of u met een thermisch label dan wel met een thermolint wenst te werken, alleen mogelijk met de TEC B372, 472 en 572.
Nadat alle instellingen zijn gemaakt klikt u op Ok om de labelopmaak te starten.
Laden
Het originele label wordt weer ingelezen.
Opslaan
De huidige labelopmaak wordt weggeschreven. Let op: Indien er een oude labelopmaak aanwezig is wordt deze overschreven!
Van de label wordt een afdruk gemaakt van alle instellingen, stuurcodes en grafische opmaak. Deze kunt u samen met de opmaak op diskette bewaren in uw archief.
Knippen, kopiëren en plakken
Met deze buttons kunt u geselecteerde tekst kopiëren en met de plakken button nogmaals op uw label plaatsen. Met de knippen button verdwijnt de originele tekst. Met plakken komt de tekst altijd linksboven in het label te staan.
Tekstveld invoegen
Het nieuwe tekstveld wordt altijd linksboven in het label geplaatst. Het veld kunt u als volgt naar de gewenste plaats slepen. Ga met uw muis op het veld staan en houd uw linkermuisknop ingedrukt. U kunt nu het geselecteerde veld naar de gewenste plaats slepen. Het tekstveld kan in omvang veranderd worden. Nadat u het tekstveld heeft aangeklikt, kunt u 2 van de zijden of een hoek met de muis aangeklikt houden en slepen naar de plaats waar u dat wilt (afhankelijk van de printer mogelijkheden).
Variabele aan een tekstveld toekennen
Naast het invoeren van standaard tekst (deze wordt op ieder label gelijk afgedrukt) is het mogelijk een veld uit een bestand aan het tekstveld te koppelen:
-
Verplaats uw muis naar het gewenste tekstveld, klik eenmaal (tot blauwe hoeken verschijnen) en druk op Enter of dubbelklik met uw muis op het gewenste tekstveld.
Het volgende Eigenschappen venster verschijnt nu op het beeldscherm.
U kunt in het invoerveld onder Tekst de gewenste variabele(n) invoeren. Dit kunt u doen door:
-
Met uw muis te klikken op de knop Toevoegen waar u vervolgens in onderstaand scherm eerst een categorie (bovenin) selecteert en vervolgens kunt u dubbelklikken met de muis op een veld (onderin). Het gekozen veld wordt vervolgens in het vorige venster met Eigenschappen geplaatst in de tekstregel.
Bij diverse velden kunt u Extra veldopties meegeven waarmee u specifieke instellingen voor het af te drukken veld kunt definiëren:
Bij de eigenschappen is het bovendien mogelijk:
- Het (beschikbare) lettertype in te stellen.
- Witte tekst in een zwarte balk te plaatsen.
- De hoogte en de breedte van de letter in te stellen (dit is ook in de labelopmaak zelf met het aanklikken en slepen van de muis te regelen).
- De rotatie van tekst op het label in te geven.
- Een teller te plaatsen die automatisch verhoogd (auto increment) of verlaagd (auto decrement) wordt als u meerdere labels afdrukt.
Wanneer u gereed bent met de eigenschappen van een veld, kunt u de wijzigingen bevestigen door met de muis op de Ok button te klikken. Wanneer u met de muis op Terug klikt, zal het programma vragen of u de wijzigingen op wilt slaan. Wanneer u dat wilt dient u de Ja button aan te klikken, anders verlaat u het scherm met de Nee button.
Tekstvak invoegen
Het nieuwe tekstvak wordt altijd linksboven in het label geplaatst. Het veld kunt u als volgt naar de gewenste plaats slepen: ga met uw muis op het veld staan en houd uw linkermuisknop ingedrukt. U kunt nu het geselecteerde tekstvak naar de gewenste plaats slepen. Het tekstvak kan ook in omvang veranderd worden: nadat u het tekstvak heeft aangeklikt, kunt u de linkerbovenhoek of rechterbenedenhoek met de muis aangeklikt houden en slepen naar de plaats waar u dat wilt (afhankelijk van de printer mogelijkheden).
De tekstinhoud van een tekstvak wordt in het tekstvak gepositioneerd afhankelijk van de hoogte en breedte van het tekstvak. Het kan voorkomen dat er meer tekst in het tekstvak is ingevoerd dan dat er wordt afgedrukt op de label. In dit geval moet u de grootte van uw tekstvak vergroten of de gebruikte lettergrootte verkleinen.
Variabele(n) aan een tekstvak toekennen
Naast het invoeren van standaard tekst (deze wordt op ieder label gelijk afgedrukt) is het mogelijk een veld uit een bestand aan het tekstvak te koppelen:
- Verplaats uw muis naar het gewenste tekstvak, klik eenmaal (tot blauwe hoeken verschijnen) en druk op Enter of
- Dubbelklik met uw muis op het gewenste tekstvak.
Het Eigenschappen venster verschijnt nu op het beeldscherm.
U kunt in het invoerveld onder Tekst de gewenste variabele(n) invoeren. Dit kunt u doen door:
Met uw muis te klikken op de knop Toevoegen waar u vervolgens in onderstaand scherm eerst een categorie (bovenin) selecteert en vervolgens kunt u dubbelklikken met de muis op een veld (onderin). Het gekozen veld wordt vervolgens in het vorige venster met Eigenschappen geplaatst in de tekstregel.
Bij diverse velden kunt u Extra veldopties meegeven waarmee u specifieke instellingen voor het af te drukken veld kunt definiëren:
Bij de eigenschappen is het bovendien mogelijk:
- Een lettertype in te stellen uit de lijst met beschikbare Windows-lettertypen.
- De lettergrootte in te stellen zoals u dat ook in Windows programma’s als Microsoft ® Word kunt doen.
- De tekst te voorzien van diverse opmaakeigenschappen zoals: Vet, Cursief, Onderstrepen, Doorhalen en Witte tekst.
- Om het tekstvak te omkaderen met een lijn.
- De rotatie van tekst op de label in te geven.
- De uitlijning van de tekst in het tekstvak in te stellen: Links, Centreren of Rechts.
Wanneer u gereed bent met de eigenschappen van een veld, kunt u de wijzigingen bevestigen door met de muis op de Ok button te klikken. Wanneer u met de muis op Terug klikt, zal het programma vragen of u de wijzigingen op wilt slaan, wanneer u dat wilt dient u de Ja button aan te klikken, anders verlaat u het scherm met de Nee button.
Barcode invoegen
U hebt de keuze uit de volgende standaard barcodes:
- Interleave 2 of 5.
- EAN8, EAN13 en EAN128.
U kunt de tekst in de barcode vervangen door de gewenste (barcode) variabelen.
Lijn tekenen
Met deze button is het mogelijk een lijn op uw label te definiëren: De nieuwe lijn wordt altijd linksboven in het label geplaatst. U kunt de lijn als volgt naar de gewenste plaats slepen: ga met uw muis op de lijn staan en houd uw linkermuisknop ingedrukt, u kunt nu de geselecteerde lijn naar de gewenste plaats slepen. De lijn kan in lengte en van richting veranderd worden door een van de uiteinden met de muis aan te klikken. Zolang u de muisknop ingedrukt houdt kunt u het uiteinde van de lijn slepen naar de plaats waar u dat wilt.
Rechthoek tekenen
Met deze button is het mogelijk een rechthoek op uw label te definiëren: De nieuwe rechthoek wordt altijd linksboven in het label geplaatst. U kunt de rechthoek als volgt naar de gewenste plaats slepen: ga met uw muis op een lijn van de rechthoek staan en houd uw linkermuisknop ingedrukt, u kunt nu de geselecteerde rechthoek naar de gewenste plaats slepen. De rechthoek kan in omvang veranderd worden. Nadat u de rechthoek heeft aangeklikt kunt u 2 van de hoeken met de muis aangeklikt houden en slepen naar de plaats waar u dat wilt.
EEG logo invoegen
Met deze button kunt u een EEG logo op uw label definiëren: Het EEG logo wordt altijd linksboven in het label geplaatst. U kunt het logo als volgt naar de gewenste plaats slepen: ga met uw muis op het logo staan en houd uw linkermuisknop ingedrukt. U kunt nu het logo naar de gewenste plaats slepen. Wanneer u het logo met de muis dubbel aan klikt, kunt u het EEG nummer en gewenste land invoeren.
Plaatje invoegen
Met deze button kunt u een plaatje op uw label definiëren: Het plaatje wordt altijd linksboven in het label geplaatst. U kunt het plaatje als volgt naar de gewenste plaats slepen: ga met uw muis op het plaatje staan en houd uw linkermuisknop ingedrukt, u kunt nu het plaatje naar de gewenste plaats slepen.
Achter- voorgrond veld
Wanneer 2 velden elkaar overlappen kunt u met deze twee buttons bepalen welk veld naar de voorgrond dan wel naar de achtergrond verplaatst dient te worden. Klik met de muis het gewenste veld aan klik daarna met de muis de gewenste voor- dan wel achtergrond button aan.
Roteren veld
Met deze button is het mogelijk een veld links of rechtsom met stappen van 90 te draaien. Klik het te draaien veld met de muis aan en klik daarna op de gewenste button.
Eigenschappen veld
Functie gelijk aan dubbelklik met de muis op het betreffende veld. Klik het veld eenmaal met de muis aan en klik daarna op de button Eigenschappen veld.
Printen label / Print button
Met deze button kunt u een testlabel printen. Nadat u de button met de muis hebt aangeklikt dient u een keuze te maken waar het label naar toe geprint dient te worden. Kies de printerpoort waar de labelprinter op is aangesloten. Ook kunt u de labelinstellingen afdrukken naar de Windows standaardprinter. Er zal dan een overzicht van alle stuurcodes (tekstopmaak) met een voorbeeldlabel worden afgedrukt.
6.5.4 Tekstopmaak
Naast de grafische opmaak is het mogelijk de label op te maken met behulp van de stuurcodes voor de printer. Wij adviseren deze optie alleen te gebruiken wanneer u een printer gebruikt die niet door de WYSIWYG labelopmaak van Reflex 3000 wordt ondersteund. Hier kunt u de stuurcodes voor de betreffende printer opgeven. U dient goed te weten wat de betreffende stuurcodes voorstellen. Indien u dit niet weet is het handiger om met de grafische opmaak een label te ontwerpen (alleen de door ReflexSystems geleverde labelprinters worden ondersteund), zie eerder in dit hoofdstuk.