Reflex 3000 Diversen Menu: 1.12 Definiëren relatielabels
Met het programmaonderdeel definiëren relatielabels kunt u 5 verschillende (adres)labels opmaken welke vanuit het relatiebestand geprint kunnen worden. Als u het programmaonderdeel Definiëren relatielabels start dan krijgt u bovenstaand scherm. In dit scherm heeft u de volgende mogelijkheden:
Naam label
Standaard wordt hier weergegeven Relatielabel 1 t/m 5. Deze naam kunt u wijzigen in een voor u duidelijke naam door dubbel te klikken op de naam en deze te vervangen door een andere naam.
Terug
Hiermee verlaat u de labelopmaak.
Labelopmaak
Met de labelopmaak kunt u grafisch het label op gaan maken. Let op wanneer u een label voor de eerste maal gaat opmaken dienen de labelinstellingen te worden ingevuld.
Tekstopmaak
Tekstopmaak dient u alleen te gebruiken indien uw labelprinter niet wordt ondersteund door ‘labelopmaak’ Hier kunt u direct de stuurcodes t.b.v. van printer intypen. Raadpleeg hiervoor de handleiding van uw labelprinter.
Kopiëren
Door op kopiëren te klikken is het mogelijk om de opmaak van het geselecteerde label naar een ander labelnummer te kopiëren.
>>
Door rechtsonder op de toets met de pijltjes te klikken wordt het scherm uitgebreid met twee extra knoppen Lees opmaak en Schrijf opmaak.
Lees opmaak
Door te klikken op Lees opmaak kunt u een labelopmaak van andere driver inlezen. Om een label van een andere driver in te lezen gaat u als volgt te werk;
- Klik op lees opmaak. U kunt nu een driver kiezen.
- U krijgt vervolgens een scherm met daarop een overzicht van de gevonden labels op de driver.
- Selecteer de gewenste label door het in de linker kolom te klikken met de muis. Een geselecteerd label wordt gekenmerkt door een blauw selectiepuntje.
- Door te klikken op Voorbeeld kunt u het label eerst bekijken voordat u deze inleest.
- Klik op Ok om het label in te lezen.
- Vervolgens vraagt het programma op welke locatie het label ingelezen moet worden. Selecteer de locatie waar u het label wilt plaatsen. Let op bestaande labelopmaken worden overschreven.
Schrijf opmaak
Door te klikken op Schrijf Opmaak kunt u het geselecteerde label opslaan op diskette.
Het is aan te bevelen om uw labelopmaken te bewaren op diskette voor het geval deze ongewild veranderd zijn. U kunt deze dan terugzetten.
1.12.1 Het definiëren van een relatielabel
Om een relatielabel te definiëren selecteert u de gewenste regel en klikt u op Labelopmaak. Voor een nieuw relatielabel dienen eerst de labelinstellingen te worden gemaakt. Let op dat deze correct worden ingevoerd anders zal de label niet (correct) worden afgedrukt.
Printertype
Stel hier het gewenste printertype in.
Labelbreedte
Voer hier de gewenste labelbreedte in.
Labelhoogte
Voer hier de gewenste labelhoogte in.
Label X offset
Hiermee kunt u aangeven waar de printer moet starten in de breedte.
Label Y offset
Hiermee kunt u aangeven waar de printer moet starten in de hoogte.
Raster aan
Hiermee schakelt u het raster in of uit tijdens het definiëren van een label.
Rastergrootte
Hiermee bepaald u de rastergrootte tijdens het definiëren van een label.
Automatisch uitlijnen
Hiermee bepaalt u of u wel of niet de geselecteerde velden op het label automatisch wilt uitlijnen.
Cutterinterval
Met deze optie bepaalt u na hoeveel labels deze afgesneden dienen te worden dit is alleen mogelijk wanneer de printer is uitgevoerd met een “cutter” type TEC B372, of 472.
Sensortype
Gebruik bij normale labels op rol de Transmissive sensor.
Printmode
- Stripmode: de labels worden één voor één geprint pas nadat u het label wegneemt zal het volgende label geprint worden.
- Batchmode: de labels worden achter elkaar geprint het basispapier wordt niet opgerold.
Printsnelheid
Hiermee bepaalt u de snelheid waarmee de labels geprint gaan worden. De waardes zijn afhankelijk van het type printer. Let op; hoe hoger de snelheid des te lager de printkwaliteit.
Printrichting
Met deze optie bepaalt u of u eerst de onderkant dan wel eerst de bovenkant van de gegevens op de label wenst te printen.
Ribbonfunctie
Hiermee bepaalt u of u met een thermisch label dan wel met een thermo lint wenst te werken alleen mogelijk met de TEC B372, 472 en 572. Nadat alle instellingen zijn gemaakt klikt u op Ok om de labelopmaak te starten. Navolgend scherm verschijnt.
Laden
Het originele label wordt weer ingelezen.
Opslaan
De huidige labelopmaak wordt weggeschreven. Indien er een oude labelopmaak aanwezig is, dan wordt deze overschreven!
Van het label wordt een afdruk gemaakt van alle instellingen, stuurcodes en grafische opmaak. Deze kunt u samen met de opmaak op diskette bewaren in uw archief.
Knippen, kopiëren en plakken
Met deze buttons kunt u geselecteerde tekst kopiëren en met de plakken button nog een keer op uw label plaatsen. Met de knippen button verdwijnt de originele tekst. Met plakken komt de tekst altijd linksboven in het label te staan.
Tekstveld invoegen
Het nieuwe tekstveld wordt altijd linksboven in het label geplaatst. Het veld kunt u als volgt naar de gewenste plaats slepen; ga met uw muis op het veld staan en houd uw muisknop ingedrukt, u kunt nu het geselecteerde veld naar de gewenste plaats slepen. Het tekstveld kan in omvang veranderd worden, nadat u het tekstveld heeft aangeklikt kunt u 2 van de zijden en een hoek met de muis aangeklikt houden en slepen naar de plaats waar u dat wilt (afhankelijk van de printer mogelijkheden).
Variabele aan een tekstveld toekennen
Naast het invoeren van standaard tekst (deze wordt op ieder label gelijk afgedrukt) is het mogelijk een veld uit het relatiebestand aan het tekstveld te koppelen:
- Verplaats uw muis naar het gewenste tekstveld, klik eenmaal (tot blauwe hoeken verschijnen) en druk op Enter of,
- Dubbelklik met uw muis op het gewenste tekstveld.
Het Eigenschappen scherm verschijnt nu op het scherm.
U dient nu de tekst “Nieuwe tekst” te vervangen door de gewenste variabele(n). Dit kunt u doen door:
- Met uw muis te dubbelklikken op de gewenste variabele.
- Met uw muis op het variabele veld te gaan staan, uw muisknop ingedrukt te houden en het veld naar het tekst vak te slepen.
Let op dat u de tekst “Nieuwe tekst” verwijdert! Deze tekst wordt anders op het label geprint.
Bij de eigenschappen is het bovendien mogelijk:
- Het (beschikbare) lettertype in te stellen.
- Witte tekst in een zwarte balk te plaatsen.
- De hoogte en de breedte van de letter in te stellen. Dit is ook in de labelopmaak zelf met het aanklikken en slepen van de muis te regelen.
- De rotatie van tekst op het label in te geven.
Wanneer u gereed bent met de eigenschappen van een veld, kunt u de wijzigingen bevestigen door met de muis op de Ok button te klikken. Wanneer u met de muis op Terug klikt, zal het programma vragen of u de wijzigingen op wilt slaan wanneer u dat wilt dient u de Ja button aan te klikken, anders verlaat u het scherm met de Nee button.
Barcode invoegen
Niet van toepassing bij relatielabels, zie labelopmaak, verderop in deze handleiding.
Lijn tekenen
Met deze button is het mogelijk een lijn op uw label te definiëren; de nieuwe lijn wordt altijd linksboven in het label geplaatst. U kunt de lijn als volgt naar de gewenste plaats slepen; ga met uw muis op de lijn staan en houd uw muisknop ingedrukt, u kunt nu de geselecteerde lijn naar de gewenste plaats slepen. De lijn kan in lengte en van richting veranderd worden door een van de uiteinden met de muis aan te klikken, zolang u de muisknop ingedrukt houdt, kunt u het uiteinde van de lijn slepen naar de plaats waar u dat wilt.
Rechthoek tekenen
Met deze button is het mogelijk een rechthoek op uw label te definiëren. De nieuwe rechthoek wordt altijd linksboven in het label geplaatst. U kunt de rechthoek als volgt naar de gewenste plaats slepen; ga met uw muis op een lijn van de rechthoek staan en houd uw muisknop ingedrukt u kunt nu de geselecteerde rechthoek naar de gewenste plaats slepen. De rechthoek kan in omvang veranderd worden nadat u de rechthoek heeft aangeklikt kunt u 2 van de hoeken met de muis aangeklikt houden en slepen naar de plaats waar u dat wilt.
EEG logo invoegen
Met deze button kunt u een EEG logo op uw label definiëren. Het EEG logo wordt altijd linksboven in het label geplaatst. U kunt het logo als volgt naar de gewenste plaats slepen; ga met uw muis op het logo staan en houd uw muisknop ingedrukt, u kunt nu de geselecteerde lijn naar de gewenste plaats slepen. Wanneer u het logo met de muis dubbel aanklikt, kunt u het EEG nummer invoeren bovendien kunt u NL veranderen in B.
Achter- voorgrond veld
Wanneer 2 velden elkaar overlappen kunt u met deze twee buttons bepalen welk veld naar de voorgrond dan wel naar de achtergrond verplaatst dient te worden. Klik met de muis het gewenste veld aan klik daarna met de muis de gewenste voor- dan wel achtergrond button aan.
Roteren veld
Met deze button is het mogelijk een veld links of rechtsom steeds 90 te draaien. Klik het te draaien veld met de muis aan en klik daarna op de gewenste button.
Eigenschappen veld
Functie gelijk aan dubbelklik met de muis op het betreffende veld. Klik het veld eenmaal met de muis aan en klik daarna op de button Eigenschappen veld.
Printen label / Print button
Met deze button kunt u een testlabel printen. Nadat u de button met de muis hebt aangeklikt dient u een keuze te maken waar de label naar toe geprint dient te worden. Kies de printerpoort waar de labelprinter op is aangesloten.
Meer in deze rubriek
- 1.1 Relatiebestand
- 1.2 Relatiegegevens verplaatsen
- 1.3 Zoeken relaties
- 1.4 Printen relatielijst
- 1.5 Klaarzetten adressen
- 1.6 Printen attentielijst
- 1.7 Relatiesoortenbestand
- 1.8 Standaarddocumentenopmaak
- 1.9 Scansoortenbestand
- 1.10 E-maildocumentopmaak
- 1.11 Definiëren vrije velden relatiebestand
- 1.12 Definiëren relatielabels
- 1.13 Offertebeheer
- 1.14 Archiveren documenten (SCAN)